Historie

Het woonhuis anno 1890

Het woonhuis anno 1890

Het is 2 Juli 1818 wanneer Aart Albers op een “provisionele” verkoop een bod uitbrengt op een boerderij aan de Walsert, toen nog Walschot, in Rijkevoort. De boerderij, bestond toen uit een huis, een schuur, een bakhuis, een moeshof, en bouw – en weilanden ter grootte van 14 kleine morgen. De finale verkoop vindt plaats op 16 juli van dat jaar. Niemand heeft meer gehoogd waardoor de boerderij in handen komt van de familie Albers en wel voor een bedrag van 1680 gulden.

Voor die tijd hebben de bij ons bekende voorouders altijd gewoond op de strook zandgronden van het dorpje Zeeland tot Rijkevoort. De nabij gelegen kleigronden aan de Maas waren te duur. De grond in de Peel maar ook de heidegronden waren niet te betelen. En op de zandgrond had de boer een armzalig bestaan.

De boerenwoningen op broekstenen of eigen gemaakte stenen waren de eerste bouwsels. De wanden eerst van plaggen of hout.

De daken eerst van plaggen later van stro en vervolgens riet. Pas na 1900 waren ze hier onder de pannen. Samen met het vee leefden onze voorouders onder ??n dak.

De kleine boer had maar 2 tot 4 hectare grond. Slechts een paar koeien, soms schapen, een varken of wat ganzen. De os moest daar het werk doen. Om te leven moest men , groot en klein, voor de kost en een mager loontje bij een andere grotere boer bij gaan werken.

Met b.v. zes koeien en jongvee was men al een grotere boer. Deze hadden 10 ha grond of meer, dus ook een paard voor het zware werk.

Naast hun eigen grond mocht men ook wel eens grond van de Heren of Gemeente benutten, zoals in het Broek of op de Hei. Daar mocht men dan de ganzen, koeien of schapen hoeden.

De gezinsgrote was niet te voorspellen. Kon men zich niet veel kinderen veroorloven dan was niet huwen de enigste oplossing.

Waarom breidde men de grote van de boerderij niet uit als een groot gezin en veel grond voor handen lag? Doodgewoon omdat er geen kunstmest ter beschikking was. Deze arme zandgronden hadden stalmest nodig. Deze stalmest werd in de potstal bereid. Door regelmatig hei, plaggen enzovoorts te vermengen met mest van koeien, schapen of ganzen. In het voorjaar werd dit naar het land gebracht. De oppervlakte land was afhankelijk van de hoeveelheid beschikbare mest, maar de hoeveelheid vee was weer afhankelijk van de opbrengst van de grond.

Het gevolg van potstalgebruik is de verhoging van de akker die doorlopend bemest werd. Het “Hoag” is in de loop van eeuwen zo een meter hoger geworden.

Hoe lang het Hoag in gebruik is weten we niet precies. De oudste gegevens die ons bekend zijn dateren van 1448.

Gerrit van de Heyde schonk jaarlijks uit hun goed de Walschot op lichtmis vier malder aan de kerk van Rijkevoort. Toen onze voorouders de boerderij kochten in 1818 stond er in de koopakte dat er een last van twee malder ruste op het Nieuw Erf, te betalen aan het kerkgenootschap van Rijkevoort. Voor de twintigste eeuw moest men praktisch alle producten van het eigen bedrijf betrekken. Gas en elektriciteit kende men toen nog niet net zo min als de telefoon.

 

 

 

 

Hieronder een overzicht van onze voorouders zover we deze hebben kunnen opsporen.

18-08-1693 Leonardis Lucassen trouwde in zeeland. ( dorp)
Uit dit huwelijk worden vijf kinderen geboren. Een van die kinderen is Joes.
Joes oftewel Johannus wordt geboren op 16-08-1700.

26-11-1730 Joes Linders trouwt met Jacoba Arts uit Mill.
De oudste van hun zeven kinderen is Albertus. Hij wordt geboren op 17-12-1731. in Wanroij.

27-04-1760 Albertus Jans trouwt met Christina Arts van Daal.
De vierde van de zes kinderen uit dat huwelijk is Aart ( Arnoldus) Hij wordt geboren op 10-08-1766.

26-04-1795 Aart trouwt met Wilhelmina Peters. De tweede van de 14 kinderen is Petrus geboren op 04-03-1795 te Wanroij. Vermoedelijk in de laatste boerderij op het Oosteind.

In de tijd van Napoleon wordt van alle mensen geëist dat ze een eigen duurzame geslachtsnaam kiezen. Arnold Alberts houdt zijn eigen huidige naam aan. De letter T heeft hij echter laten vallen. Waarom? Dit alles op 28-12-1811.

17-04-1825 Peter Albers trouwt met Hendrina van Dijk. Hij vestigt zich op de Walsert. Deze boerderij is reeds gekocht op een openbare verkoop in 1818. Deze plek is tot op de dag van vandaag nog steeds in eigendom van de familie Albers.

02-05-1868 Arnold Albers de tweede zoon uit voorgaand echtpaar stapt net als zijn voorgangers in een katholiek huwelijk. Anna Martina Verschuuren schenkt hem elf kinderen. We bezitten van deze oma, naast de sindsdien gebruikelijke statie foto, ook nog enkele foto’s uit haar dagelijkse leven.

 

Gerardus en Catrien

Gerardus en Catrien

07-05-1910 Gradus Albers trouwt met Catrien Wientjes zij krijgen zes kinderen.
Mijn vader de derde in de rij wordt geboren op 06-04-1915. De twee jongste kinderen Marie en Antoon zijn heden 15 juni 2006 de laatste nog in leven zijnde kinderen. Uitspraak van ome Antoon.: “Geen zorgen over de toekomst. Er zijn al voldoende nakomelingen”.

22-08-1950 Tien Albers trouwt met Maria Grüntjes. Er worden 10 kinderen geboren. Nummer 8 in de rij ben ik, Martien en wel geboren op 13-05-1962.
Tot op de dag van vandaag mag ik het stamhuis van de fam bewonen. Samen met mijn vriendin Patricia runnen we momenteel een Doe-Boerderij nadat we in 2001 helaas zijn moeten stoppen met de intensieve veehouderij. Met onze kinderen Bob, Job en Freek hopen wij dat we verzekerd zijn van de voortzetting van de boerderij.